Rechtsgebieden

Algemene informatie over faillissementen

Uitspraak faillissement

De schuldenaar wordt door de rechtbank bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard. De rechtbank gaat hiertoe over na een eigen aangifte tot faillietverklaring of op verzoek van één of meer van zijn schuldeisers. De schuldenaar moet in de toestand verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen. Dat wil zeggen dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser onbetaald moet hebben gelaten.

De schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard, heeft gedurende 8 dagen na de uitspraak van zijn faillissement het recht om hoger beroep in te stellen. Indien de faillietverklaring bij verstek is uitgesproken, heeft hij gedurende 14 dagen, na de dag van de faillissementsuitspraak, recht van verzet. Het is van groot belang voor de schuldenaar om deze termijnen goed in acht te nemen. Het instellen van verzet of hoger beroep gebeurt door het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de rechtbank. Dit verzoekschrift moet ingediend worden door een advocaat. De schuldenaar dient derhalve een advocaat in de arm te nemen voor het instellen van verzet of hoger beroep.

Gevolgen faillissement

Door de uitspraak van het faillissement ligt er een algeheel beslag op het vermogen van de schuldenaar, alsmede op hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft. Dit beslag heeft terugwerkende kracht tot het tijdstip 0.00 uur op de dag van de uitspraak van het faillissement. Door de faillietverklaring verliest de schuldenaar van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn vermogen. De schuldenaar mag dus op geen enkele wijze meer verplichtingen aangaan die uit zijn vermogen voldaan zouden moeten worden.

Taak Rechter-Commissaris

De rechter-commissaris houdt toezicht op het beheer en de vereffening van de failliete boedel door de curator. Voor een aantal handelingen heeft de curator de uitdrukkelijke machtiging, goedkeuring of toestemming van de rechter-commissaris nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het ontslaan van personeel, het opzeggen van de huur en de verkoop van activa. De rechter-commissaris gaat na of de curator zich houdt aan de grenzen van de wet, of hij handelt in het belang van de boedel en of hij zijn taken behoorlijk vervult.

Taak curator

De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. De curator oefent bij het vervullen van zijn taak de vermogensrechten van de schuldenaar uit. De curator verricht zijn taak in de eerste plaats ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. De curator moet echter ook belangen van maatschappelijke aard in zijn beleidsafweging betrekken, zoals continuïteit van de onderneming en werkgelegenheid. De curator ontvangt voor zijn werkzaamheden salaris dat door de rechtbank wordt vastgesteld. Het salaris van de curator wordt als eerste betaald uit het vermogen van de schuldenaar.

Positie schuldeisers

De schuldeisers die voorafgaand aan de definitieve uitspraak tot faillietverklaring van de schuldenaar een vordering op de schuldenaar hadden, vallen onder de werking van het faillissement. Dat wil zeggen dat vorderingen die na datum faillissement ontstaan, in beginsel niet door de curator meegenomen worden in de afwikkeling van het faillissement en derhalve geen uitkering zullen ontvangen. Slechts onder bepaalde omstandigheden worden schulden beschouwd als “boedelschulden”. Boedelschulden zijn schulden die zijn ontstaan als gevolg van de afwikkeling van het faillissement en deze schulden worden door de curator betaald, voordat de schuldeisers een uitkering krijgen wiens vorderingen voorafgaand aan het faillissement zijn ontstaan.

Binnen de schuldeisers bestaat er een verschil van rangorde. De belastingdienst is samen met het UWV (nagenoeg) de hoogst gerangschikte schuldeiser in het faillissement. Deze zogenaamde preferente schuldeisers zullen – na betaling van voornoemde boedelschulden – allereerst voldaan worden uit het vermogen van gefailleerde. Daarna komen de overige crediteuren pas aan de beurt. De preferente vorderingen volgen uit de wet.

De restcategorie schuldeisers beschikt over een concurrente vordering op de schuldenaar. Of zij een uitkering krijgen, hangt aan de ene kant af van de hoogte van de boedelschulden en de preferente schulden en aan de andere kant van het vermogen dat de curator tijdens de afwikkeling van het faillissement verwerft.  In de meeste faillissementen ontvangen de concurrente crediteuren geen uitkering.

Schuldeisers met zekerheidsrechten en eigendomsvoorbehoud

Naast de concurrente crediteuren bestaat er een categorie van schuldeisers die over bijzondere rechten jegens de schuldenaar beschikken. Zij kunnen aanspraak maken op een eigendomsvoorbehoud, recht van reclame, retentierecht, pandrecht, recht van hypotheek of een overig bijzonder recht. Zij kunnen buiten het faillissement om hun rechten uitwinnen. Dergelijke rechten dienen voorafgaand aan het faillissement met de gefailleerde te zijn overeengekomen. De schuldeisers met een dergelijk recht zijn niet verplicht een deel van de door hen gerealiseerde opbrengst aan de overige crediteuren af te staan.

Het is van het grootste belang dat schuldeisers met bijzondere rechten de curator zo spoedig mogelijk na aanvang van het faillissement op de hoogte stellen van dergelijke bijzondere rechten. Zolang de curator niet op de hoogte is van dergelijke bijzondere rechten, is hij bevoegd om de zaken of vorderingen waarop de bijzondere rechten rusten, voor de boedel te verkopen of uit te winnen. Zodra deze zaken of vorderingen zijn uitgewonnen, vervallen de bijzondere rechten op die zaken of vorderingen.

Einde van het faillissement

Het faillissement kan op een aantal manieren eindigen. De meest voorkomende zijn:

  • opheffing door gebrek aan baten;
  • verbindend worden van de uitdelingslijst, waarbij slechts aan de preferente schuldeisers een uitkering plaatsvindt;
  • verbindend worden van de uitdelingslijst, waarbij aan de concurrente schuldeisers een uitkering plaatsvindt.

De curator stelt alle crediteuren op de hoogte van de wijze van afwikkeling van het faillissement. In ieder faillissement zal de curator onderzoeken of het wellicht zinvol is om een akkoord aan de schuldeisers aan te bieden, waarbij een percentage van de vorderingen tegen finale kwijting wordt betaald. Dit akkoord zal altijd door de gefailleerde zelf moeten worden aangeboden. De curator dient daarbij zijn advies aan de crediteuren en aan de rechter-commissaris uit te brengen. Voordeel van een akkoord is dat de gefailleerde bevrijdt wordt van zijn schulden, terwijl door opheffing of verbindend worden van de uitdelingslijst het deel van de schulden die niet zijn betaald, blijven bestaan. Wanneer de failliet een vennootschap is (bijvoorbeeld een B.V.), is dat anders: de vennootschap verdwijnt bij de opheffing van het faillissement.

Mensen