Voor wie subsidie aanvraagt uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, komt de term ‘conditionaliteiten’ niet onbekend voor. Waar deze randvoorwaarden van het subsidiebeleid tot voor kort een samenspel waren van beheerseisen en landbouwnormen, is er met ingang van 2025 een vreemde eend in de bijt gekomen: de sociale conditionaliteit. In deze column ga ik in op deze nieuwe subsidievoorwaarde.
Achtergrond: de conditionaliteiten
De beheerseisen, landbouwnormen en conditionaliteiten uit de Uitvoeringsregeling GLB zijn randvoorwaarden voor de GLB-subsidies. Als niet wordt voldaan aan deze voorwaarden, dan kan er een korting worden opgelegd op de GLB-subsidie. De hoogte van de korting is afhankelijk van de ernst van de overtreding, de omvang van de overtreding, of de overtreding te herstellen is, of sprake is van opzet en of sprake is van herhaling; en kan oplopen tot 100%.
De sociale conditionaliteit
Met ingang van 2025 is de sociale conditionaliteit toegevoegd aan dit pakket van subsidievoorwaarden. Waar eerdere conditionaliteiten zagen op beheerseisen (zoals bufferstroken of gewasrotatie op bouwland) en landbouwnormen (zoals de Nitraatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en dierenwelzijn), wordt met de sociale conditionaliteit een norm toegevoegd die ziet op de arbeidsomstandigheden. Niet slechts de arbeidsomstandigheden van werknemers, maar ook van vrijwilligers, loonwerkers, seizoensarbeiders en ingeleend personeel. Daarmee heeft de sociale conditionaliteit een duidelijk ander (juridisch) karakter dan de andere voorwaarden.
De sociale conditionaliteit stelt bijvoorbeeld eisen aan de vorm en inhoud van een arbeidsovereenkomst. Zo moet de arbeidsovereenkomst schriftelijk zijn verstrekt, moet deze binnen zeven dagen na het begin van de dienstbetrekking worden opgesteld en zijn er regels met betrekking tot de maximale proeftijd.
Ook worden eisen gesteld aan de bedrijfsvoering en de bedrijfsveiligheid, waarin een koppeling gemaakt wordt met de Arbeidsomstandighedenwet. Daarmee lijkt voor volwassen vrijwilligers een strengere norm te worden gehanteerd binnen de sociale conditionaliteit dan binnen het reguliere arbeidsomstandighedenregime. Immers maakt de Uitvoeringsregeling GLB geen onderscheid tussen de bepalingen die wel of niet van toepassing zijn op volwassen vrijwilligers, waar het Arbobesluit dit wel doet. Onduidelijk is hoe dit in de praktijk uit gaat pakken, waardoor het aanbeveling verdient voor de Arbeidsinspectie en de RVO om hier duidelijkheid over te verschaffen.
Verder worden eisen gesteld aan de veiligheid op de werkplaats, zoals de geschiktheid en deugdelijkheid van gereedschap en de werkruimte; de periodieke keuring van gereedschap en de aanwezigheid van begrijpelijke gebruiksaanwijzingen.
Advies: documenteren, documenteren, documenteren
Uit de uitwerking van de sociale conditionaliteit volgt dat de beoordeling daarvan sterk samenhangt met de kwaliteit en volledigheid van documentatie. Het uitgangspunt van de handhaving lijkt de papieren registratie te zijn van de verrichtingen om te voldoen aan de geldende eisen. Het gaat er dus niet alleen om dat je het doet, maar ook dat je vastlegt dat je het hebt gedaan. Het is dus van groot belang om alle omstandigheden, ontwikkelingen en inspanningen omtrent arbeidsomstandigheden, veiligheid op de werkplaats en arbeidsovereenkomsten goed te documenteren. Bij voorkeur digitaal en overzichtelijk, zodat je overzicht houdt en inzicht kan bieden.
Afsluitend
Over de uitvoeringspraktijk van de sociale conditionaliteit is tot op heden weinig duidelijk geworden. Wel is het een vreemde eend in de bijt van de GLB-voorwaarden, waardoor het des te belangrijker is om hier scherp op te zijn. Het advies blijft: documenteren! En bij twijfel: laat je adviseren!
Deze blog verscheen eerder als gastcolumn in De Koebont, tijdschrift van de Nederlandse Melkveehoudersvakbond.
