Het ontslag van een stichtingsbestuurder: zo zet u het proces in gang

Heeft u te maken met een stichting waar het bestuur niet goed functioneert? Misschien worden afspraken niet nagekomen, is er sprake van belangenverstrengeling of loopt de samenwerking volledig vast. Dat kan frustrerend zijn, zeker als u ziet dat de continuïteit van de stichting in gevaar komt. Soms is ontslag van een bestuurder de enige oplossing. Maar hoe werkt dat precies?

Het ontslag van een stichtingsbestuurder verloopt via een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. In deze blog leest u wie een verzoek kan indienen, op welke gronden ontslag mogelijk is en hoe de procedure stap voor stap verloopt. Zo krijgt u een helder beeld van de mogelijkheden en aandachtspunten bij het ontslag van een stichtingsbestuurder.

Ontslag van een stichtingsbestuurder: de wettelijke basis

Welke ontslaggronden zijn er?

Staat u buiten de stichting en is er geen intern orgaan dat bestuurders kan ontslaan, of wil of kan dat orgaan niet ingrijpen? Dan resteert vaak alleen een gang naar de rechter. De wet biedt die mogelijkheid. Op grond van artikel 298 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank een stichtingsbestuurder ontslaan op verzoek van een belanghebbende. De wet onderscheidt daarbij vier ontslaggronden:

  1. Verwaarlozing van de bestuurstaak – Niet iedere fout of tekortkoming leidt meteen tot ontslag. Het moet gaan om een situatie waarin het functioneren van de bestuurder zó tekortschiet dat doorgaan niet meer verantwoord is. Denk bijvoorbeeld aan het structureel niet bijeenroepen van bestuurs- of jaarvergaderingen, het ontbreken van een goede administratie of een bestuur dat feitelijk stilvalt.
  1. Andere gewichtige redenen – Soms is geen sprake van taakverwaarlozing, maar zijn er wel andere ernstige omstandigheden die ontslag rechtvaardigen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij belangenverstrengeling, misbruik van geld van de stichting, fraude of een ernstig verstoorde samenwerking binnen het bestuur of met belangrijke betrokkenen.
  1. Ingrijpende wijziging van omstandigheden – Ook een verandering van omstandigheden kan reden zijn voor ontslag. Denk bijvoorbeeld aan een fusie of herstructurering, waardoor een andere samenstelling van het bestuur nodig is en de bestuurder niet langer goed in die rol past. 
  1. Het niet naleven van een rechterlijk bevel (artikel 2:297 BW) – Dit artikel ziet op het bevel om aan het openbaar ministerie de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting voor raadpleging beschikbaar worden gesteld en de waarden der stichting worden getoond.

Wie kan het verzoek indienen?

Een verzoek tot ontslag van een stichtingsbestuurder kan worden ingediend door het Openbaar Ministerie of door een belanghebbende. Van een belanghebbende is sprake wanneer de verzoeker een redelijk en concreet belang heeft bij het ontslag. Wie dat is, is in iedere zaak verschillend. Een concreet belang bij het verzoek kan onder meer bestaan zijn wanneer de verzoeker:

  • deel uitmaakt van een orgaan van de stichting, zoals een medebestuurder;
  • eerder deel heeft uitgemaakt van de stichting, bijvoorbeeld als voormalig bestuurder, en op een manier nog steeds rechtstreeks bij de stichting betrokken is;
  • aanspraak heeft op uitkeringen of voorzieningen van de stichting, bijvoorbeeld omdat de stichting financiële steun verleent, zorg of begeleiding biedt, of op een andere manier ondersteuning geeft aan een vaste doelgroep.

In alle gevallen geldt dat de verzoeker aannemelijk moet maken dat hij of zij door het functioneren van de bestuurder rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt.

Wat zijn de gevolgen van het ontslag? 

Wanneer de rechtbank het verzoek toewijst, verliest de bestuurder zijn functie. Daarnaast geldt in principe een bestuursverbod van vijf jaar: de ontslagen bestuurder mag gedurende die periode geen bestuurder of commissaris van een stichting zijn, tenzij hem – gelet op onder meer de taakverdeling binnen het bestuur – geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Betekent dit dat de stichting vervolgens zonder bestuur komt te zitten? Nee. Ook daarin voorziet de wet. Als het ontslag tot gevolg heeft dat er geen (statutair voorgeschreven) bestuur meer is en daarin niet volgens de statuten wordt voorzien, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende of het Openbaar Ministerie een bestuurder benoemen.

Overweegt u een verzoek tot ontslag van een stichtingsbestuurder? Dan is het goed om te weten hoe de verzoekschriftprocedure bij de rechtbank verloopt. Hieronder worden de belangrijkste stappen toegelicht.

Zo verloopt de verzoekschriftprocedure: 6 stappen

Stap 1: U heeft een advocaat nodig.

In deze procedure is een advocaat verplicht. Bout Advocaten kan u hierbij helpen.

Stap 2: Het opstellen en indienen van het verzoekschrift

Uw advocaat stelt het verzoekschrift namens u op. Hierin staat waarom u ontslag van de bestuurder vraagt en op welke wettelijke grond(en). Hierbij is het van belang dat u feiten en bewijsstukken aanlevert die uw verhaal ondersteunen. Zo kan uw advocaat het verzoek zo goed mogelijk onderbouwen.

Is de situatie zo ernstig dat onmiddellijke actie nodig is? Dan kan uw advocaat namens u vragen om schorsing van de bestuurder door middel van een voorlopige voorziening. De rechtbank kan deze (orde)maatregel treffen voordat er een definitieve beslissing is.

Stap 3: De rechter bepaalt wanneer de bestuurder zich kan verweren  

Zodra het verzoekschrift is ingediend, kan de bestuurder hierop binnen enkele weken op verzoek van de rechtbank reageren. Dit doet de bestuurder vaak schriftelijk, in een verweerschrift kan ook een zelfstandig verzoek bevatten. Uw advocaat ontvangt het verweerschrift en bespreekt de strategie met u.

Stap 4: de zitting

Nadat de rechtbank het verzoekschrift en verweerschrift heeft bekeken, bepaalt zij hoe de zaak verder gaat. Meestal volgt een zitting bij de rechtbank. Alle partijen geven hun verhinderdata door en ontvangen op basis daarvan een oproep met datum, tijd en locatie. Op de zitting zijn partijen en hun advocaten aanwezig. De rechter stelt vragen en bespreekt de zaak.

Stap 5: de beschikking

Als de rechtbank geen nadere vragen heeft, volgt enkele weken na de zitting de uitspraak. Bij toewijzing van het verzoek verliest de bestuurder zijn functie. Dit gebeurt niet altijd direct: alleen wanneer de beschikking ‘uitvoerbaar bij voorraad’ is verklaard, heeft het ontslag onmiddellijk effect. Uw advocaat kan de rechtbank verzoeken om dit expliciet te bepalen.

Hoe lang duurt de procedure?

De duur van de procedure verschilt per zaak. Dit hangt onder meer af van de mate waarin verweer wordt gevoerd, het aantal betrokken partijen en de vraag of hoger beroep wordt ingesteld. In eenvoudige zaken zonder omvangrijk verweer kan vrij snel duidelijkheid ontstaan. Wordt er uitgebreid verweer gevoerd of volgt hoger beroep, dan kan de procedure een jaar of zelfs langer duren.

Stap 6: Inschrijving in het register

Na afloop van de procedure, zodra geen hoger beroep of cassatie meer openstaat, wordt de rechterlijke uitspraak door de griffier ingeschreven in het daarvoor bestemde register.

Het indienen van het verzoek via Bout Advocaten

Overweegt u een verzoek tot ontslag van een stichtingsbestuurder of heeft u hierover vragen? Neem dan vrijblijvend contact met mij op. Aan de hand van een korte schets van de situatie en relevante documenten, zoals – indien beschikbaar – de statuten van de stichting, kan ik met u meedenken over de vervolgstappen. U kunt mij telefonisch bereiken via 050 – 314 0840 of per mail via horstink@boutadvocaten.nl.

 

Onze specialisten

juridisch medewerker

Gerelateerd

Ondernemingsrecht